Labyrint

Leven in het Labyrint

Aarzelend loopt Bernadette haar weg naar binnen het labyrint in. Ik sta erbij en zwijg. Ik denk na over haar vraag die zij uitsprak voordat zij begon aan deze loopmeditatie: ‘Hoe lukt het mij om Karin zo goed mogelijk nabij te zijn?’ Karin is haar levenspartner en ernstig ziek. Binnen niet al te lange tijd, is de verwachting, zal zij komen te overlijden en als Bernadette daaraan denkt dan brengt dat haar tot wanhoop. ‘Hoe ga ik dat in godsnaam doen’? Inmiddels kan zij door deze paniek nauwelijks nog bij haar aanwezig zijn, en ‘dat is juist waar ik het liefst zou willen zijn’, ‘nu het nog kan’. Ze wil de rust vinden, maar momenteel loopt ze alleen maar weg, letterlijk, het huis uit. ‘Dan bied ik haar toch niet de goede zorg en aandacht’?

Het eerdere gesprek over hechting bracht niet de nodige rust bij Bernadette: het normaliseren van de paniek omdat je voelt dat de onderlinge verbondenheid in leven verbroken dreigt te worden. Dat wanhoop en twijfel er mogen zijn. Er is een (palliatieve) paradox dat enerzijds vasthouden en anderzijds de ander moeten gaan loslaten ook niet te verenigen valt. Met mijn uitleg over ‘als je het met je voeten niet betreedt, kan je het ook niet bevatten’, leek Bernadette het lopen door een labyrint een goed voorstel en wilde ze deze uitdaging wel aangaan.

Bernadette vervolgt haar loopmeditatie en er is een doodse stilte. Ik zie haar gebogen schouders en aarzelende loop. Als zij is aangekomen in het midden gaat zij rechtop staan en zucht. Zij staat er een tijd en ik geef haar de ruimte. In lichte tred loopt zij weer terug naar buiten.

Om het labyrint te gaan lopen, sta je stil voordat je aan de weg naar binnen begint. Vraag jezelf af waar je over na wil denken tijdens het lopen: een vraag of probleem waar je een antwoord op zoekt. De slingerende heenreis naar het midden wordt gekenmerkt door loslaten. Je mag je hoofd vrij maken van de dagelijkse beslommeringen en gedachtes. Het verblijf in het midden van het labyrint staat voor ontvangen wat komt. Je stelt je open vanuit rust voor nieuwe inzichten. De terugtocht gebruik je om te ervaren wat ontvangen is en kan je voor je inzicht(en) een plan bedenken.

Bernadette vertelt wat zij heeft ervaren: ‘Terwijl ik naar binnen liep, dacht ik eraan wat een controlfreak ik ben en hoe ik dolgraag wil laten zien dat ik het kan. Pas als ik kan fixen, voel ik mij goed. Maar dit gaat niet en dat vind ik moeilijk om toe te geven. Ik heb namelijk geen invloed op de dood maar wel op het leven wat er nog is. Daar ga ik mij op focussen. Ik wil aan Karin vragen wat zij nodig heeft en hoe ik er zo goed mogelijk voor haar kan zijn. Ik denk dat ik het antwoord al weet: Zij wil leven zolang het nog kan en zij wil dat delen met mij in de kleine dingen die nog mogelijk zijn.’

‘Ik heb het leven gezien door het met voeten te betreden’ grapt Bernadette en ze kan niet wachten om alles wat in haar opkomt met Karin te gaan delen.